Het woord grenzen klinkt soms meteen streng. Alsof er een duidelijke lijn wordt getrokken waar niemand meer overheen mag. Voor veel mensen voelt dat ongemakkelijk, zeker wanneer zachtheid en rekening houden met anderen belangrijk voor je zijn. Want hoe stel je een grens zonder afstandelijk of hard te worden?
Vaak ontstaat er verwarring omdat grenzen worden gezien als iets dat je tégen iemand doet. Terwijl een grens eigenlijk iets is wat je vóór jezelf doet.
Toch blijft het in de praktijk lastig. Grenzen aangeven is niet alleen een kwestie van weten wat je nodig hebt — het raakt ook aan wat er vanbinnen gebeurt. Nog voordat er iets uitgesproken is, kan je hoofd al vooruitlopen. Gedachten vullen stiltes in: Wat zal diegene denken? Stel dat iemand zich gekwetst voelt? Misschien vinden ze me lastig of een aansteller.
Die gedachten kunnen zo overtuigend zijn dat je bijna automatisch over je eigen gevoel heenstapt. Niet omdat je geen grens hebt, maar omdat je bang bent een ander tekort te doen.
Dat herken ik zelf ook. Het moment vóórdat je iets zegt kan soms het moeilijkst zijn. Je voelt eigenlijk al wat je nodig hebt, maar tegelijk ontstaat er schuldgevoel. Alsof kiezen voor jezelf automatisch betekent dat je iemand anders teleurstelt. En dus ga je toch mee, zeg je toch ja, of stel je het nog even uit.
Alleen heeft steeds over je eigen grenzen heen gaan ook een prijs. Die merk je vaak pas later, in vermoeidheid, onrust of het gevoel dat je leegloopt. Niet ineens, maar langzaam. Alsof je telkens een klein stukje van jezelf inlevert.
Juist daarom kan het oefenen met grenzen iets goeds zijn, geen grote verandering maar kleine momenten. Soms lukt het makkelijker dan andere keren. Soms voelt het goed en rustig, en soms blijft er twijfel hangen. Dat hoort er misschien ook bij. Grenzen stellen is geen knop die ineens omgaat, maar iets wat groeit terwijl je het probeert.
Laatst was er zo’n moment waarop eigenlijk alles in mij zei dat ik rust nodig had. Niets groots, gewoon moe. Toch merkte ik hoe mijn hoofd meteen redenen begon te zoeken om alsnog mee te gaan in wat er gevraagd werd. Pas toen ik eerlijk zei dat het me deze keer niet lukte, voelde ik eerst ongemak en daarna vooral opluchting. De wereld stortte niet in. De ander begreep het zelfs beter dan ik had verwacht.
Misschien is dat wel wat grenzen zacht maakt: niet de perfecte woorden, maar de intentie erachter. Je wijst niemand af. Je probeert alleen beter te luisteren naar jezelf.
Grenzen stellen zonder hard te worden betekent niet dat het nooit spannend is. Het betekent dat je jezelf langzaam toestemming geeft om serieus te nemen wat je voelt, ook als je hoofd nog twijfelt.
En misschien is dat genoeg voor nu, niet perfect je grenzen bewaken, maar af en toe een klein stapje zetten. Omdat zorg dragen voor jezelf uiteindelijk ook ruimte maakt om er op een oprechte manier voor anderen te kunnen zijn.
De volgende keer dat je voelt dat je ergens eigenlijk “nee” op wilt zeggen, hoef je nog niets uit te spreken. Probeer alleen dit:
Neem één rustige ademhaling en stel jezelf heel even deze vraag:
Wat heb ík nu eigenlijk nodig?
Niet wat de ander verwacht.
Niet wat het meest logisch lijkt.
Alleen dat ene eerlijke antwoord vanbinnen.
Je hoeft er niet meteen naar te handelen. Alleen het opmerken is al genoeg.
Vaak begint grenzen stellen niet bij het uitspreken ervan, maar bij het moment waarop je jezelf voor het eerst serieus neemt.
Hieronder een leuk en prettig te lezen boek met veel inzichten en ook nog de nodige humor!
Volg Bijzonder Rustig op Instagram
Reactie plaatsen
Reacties